Door Piet Koning

Hein Schilder (Madoet)

In menig geschiedverhaal over een dorp of een stad lees je, dat een verandering in leven en werken van een gemeenschap vaak gelinkt is aan één persoon. Iets dergelijks geldt ook voor Volendam waar vóór de Tweede Wereldoorlog een tiental kleine aannemers waren die voor trouwlustige klanten in het dorp een huis bouwden en dat na de oorlog gewoon bleven doen. Behalve Hein Schilder Madoet (1909 – 1987), die zonder een vooraf gesteld doel of een gerichte planning zijn bouwbedrijf vanuit Volendam liet uitgroeien tot een van de belangrijkste van het land.
Daarmee voorzag hij de hele provincie Noord-Holland na de Tweede Wereldoorlog in ruime van
huizen, scholen en kerken: ‘Om te wonen, te bidden en te werken.’
Ook gaf hij in plaats van eenvoudige fabrieksarbeid aan een niet onaanzienlijk deel van zijn eertijds vissende dorpsgenoten gekwalificeerd werk …..als bouwvakker.

Vóór de Tweede Wereldoorlog

te verduren: een watersnood in 1916, het faillissement van het in het dorp zo populaire bankiershuis Polak en de roomse Hanzebank, de dodelijke epidemieën bij de vele eendenboeren, een mondiale economische crisis met grote werkloosheid als gevolg, een oorlogsdreiging die tot een Tweede Wereldoorlog zou leiden en vooral de onterechte afsluiting van de lucratieve visrijke Zuiderzee: voor het oog omdat de waterveiligheid ermee gediend zou zijn, in feite omdat een land-akker meer geld opbracht dan een zee-akker.
Maar ondanks deze moeilijke omstandigheden zaten energieke jongelui in Volendam niet bij de pakken neer. Ze boden zich aan voor elke klus die zich voordeed om zich maar in de werkkijker te spelen. Ook Hein was daarbij. En het moet gezegd, ook hij slaagde er in zo enige bekendheid te verwerven als ‘een jonge, goede timmerman’ die het volgens betrouwbare geldschieters verdiende een kans te krijgen om een eigen timmerwinkel te beginnen.

Mobilisatie en bezettingsjaren

Toen Hein in 1939 werd opgeroepen voor de algemene mobilisatie tegen het dreigende nazi-Duitsland, had hij tien ‘knechten’ in dienst die tijdens zijn afwezigheid het bedrijfje met succes wisten voort te zetten. Zij toonden de daarvoor noodzakelijke saamhorigheid en gaven leiding vanuit de ook nu nog steeds aanwezige werkcultuur in Volendam,
‘dat een Volendammer niet slaafs vóór een baas werkt, maar áls een eigen baas’: dus meedenkend, keuzes makend en daar ook verantwoordelijk voor te zijn.
Daarnaast leerde Hein als soldaat in alle hevigheid de verschrikkingen van de oorlog kennen, eerst tijdens het heftige bombardement in zijn legerstandplaats Rotterdam en later na de dood van zijn grote vriend en voorbeeld Jan Bolletje Tol (1906 – 1941), die vanuit zijn liefde voor de knol van groenteboer Leek opgeklommen was tot wachtmeester van het bereden corps van de Nederlandse marechaussee en zo een rolmodel was geworden voor vele Volendammer jongeren.
Het waren ervaringen die een belangrijke rol speelden, toen hij, als vader van toen inmiddels vier kinderen, toch de leiding accepteerde van de verzetsploeg van Volendam.

Heins eerste ‘buiten Volendam’-huizen

Door gebrek aan bouwmaterialen mocht er tijdens de oorlog vanaf 1942 in Nederland alleen nog gebouwd worden voor oorlogsdoeleinden en de voedselvoorziening. Daardoor was er in het land een gigantische woningnood ontstaan, waaraan na de bevrijding onder leiding van het Provinciale Bureau voor Wederopbouw snel een eind gemaakt moest worden.
En in dat bureau voor Wederopbouw kreeg Hein van Madoet, toen hij daar een ‘je weet nooit-bezoekje-om-bouwvergunningen’ bracht, onverwacht een bouwproject van 18 woningen aangeboden door de burgemeester van Weesp, die op zoek was naar een aannemer.
Hein, toen mede vanuit zijn verzetsactiviteiten al lang iemand, die bang was voor niets en niemand, waagde de gok zonder zelfs te weten waar dat Weesp lag. Hij bekeek de bestektekening en noemde een prijs van door hem in Volendam gebouwde huizen die er wel wat op leken.
Beiden tekenden ze de overeenkomst en beiden werden daarover na afloop allerminst enthousiast ontvangen door het thuisfront:
• De knechten in Volendam: Wat moeten we in vredesnaam met zo’n ‘verre klus’ buiten het dorp!
• En nog veel erger had de burrie van Weesp het te verduren: veel te duur want er hoefde in Weesp helemaal niet geheid te worden!
Toen deed Hein, die ook in de haast waarmee alles geregeld was, het ontbrekende heiwerk over het hoofd had gezien, de zet van zijn leven: hij bood de burgermeester aan, het heiwerk niet in rekening te brengen: een gentleman’s agreement, dat hem, achteraf gezien, tot in lengte van dagen verzekerde van bijna alle (duizenden) Weesper bouwopdrachten.

De HS-woning

En de rest van de provincie volgde enerzijds door de groeiende naamsbekendheid, maar anderzijds meer nog door een besluit van het Bureau van Wederopbouw om de zogenaamde HS-woning (HeinSchilder-woning) aan te bevelen vanwege kwaliteit, prijs en snelheid van bouwen. Later vertelde Hein vaak dat ook de wijze waarop hij deze Verklaring had aangevraagd een rol had gespeeld. Hij had namelijk de daarvoor ‘benodigde’ ambtenarij niet van onderaf, maar van bovenaf te benaderd, zodat hij bij elk volgend gesprek kon beginnen met: ‘Uw baas gaat al akkoord, maar hij wilde toch dat ik het ook U nog even voorleg’.
Het resultaat was en is dat er bij HSBouw honderden knechten werkten en werken, voor het overgrote deel Volendammers. Met hen had het bedrijf al na 70 jaar een stad zo groot als Haarlem gebouwd en nu het 100jarig bestaan naderbij komt, natuurlijk nog veel meer. Hein Schilder Madoet is en blijft daarvan de aanstichter en heeft zijn dorp zo weer werk gegeven waarop het net zo trots kon zijn als het daarvoor op de visserij was. Daarom zijn we trots op hem.